sacramenten algemeen

Algemene informatie Sacramenten

Het woord sacrament is afgeleid van het Latijnse woord sacramentum. Ten tijde van het Romeinse Rijk werd dit begrip onder meer gebruikt voor een door militairen afgelegde eed. Meestal werd die eed door een concreet symbool zichtbaar gemaakt. Kerkvader Tertullianus (ca 160-na 220) ging het woord in deze zin gebruiken voor de christelijke doop, omdat ook in de doop een belofte (‘eed’) wordt afgelegd. Sacramentum had in de tijd van Tertullianus nog een bijkomende betekenis. Het woord was namelijk in gebruik als vertaling van het Griekse mustèrion. Onder een ‘mysterie’ werd door de christenen een religieus ‘geheim’ verstaan, een teken dat naar een verborgen werkelijkheid verwijst.

Sacramenten bemiddelen de onzichtbare God in

de zichtbare werkelijkheid. Daarnaast verwijzen ze naar de verborgen werkelijkheid van Gods genade. God is bereid om een mens bovennatuurlijke hulp – genade - te geven, zodat die mens kan ingaan op de boodschap van Christus en het heil kan bereiken. Sacramenten – genadegaven - verwijzen echter niet alleen naar Gods genade, ze bewerken die genade ook. Het zijn werkzame tekenen, die – als een soort werktuig - precies datgene overbrengen waarnaar ze als teken verwijzen.

De werking van sacramenten staat of valt met

het geloof in Jezus Christus. Als de ontvanger van een sacrament tot geloof in staat is, dan moet dat geloof ook aanwezig zijn, wil het sacrament een geldige werking hebben. Het geloof schept tussen God en mens een persoonlijke band in een geestelijke werkelijkheid. In die werkelijkheid is het sacrament een kracht, die de persoonlijke band met God bevestigt, versterkt en als het ware ‘vervolmaakt’. Ontbreekt de persoonlijke band met God, omdat er geen geloof is, dan valt er niets te versterken of te vervolmaken, en werkt het sacrament dus niet.

De Katholieke Kerk verkondigt dat de sacramenten noodzakelijke heilsmiddelen zijn, omdat Jezus Christus dat zo heeft gewild. De sacramenten zijn door Hem zelf ingesteld en aan de Kerk toevertrouwd. Het doorgeven van de sacramenten, de zogenaamde ‘bediening’, is in vrijwel alle gevallen voorbehouden aan priesters. De priester, en hij alleen, bedient in de katholieke gemeenschap de eucharistie, de biecht en de ziekenzalving. Voor het doopsel geldt dat het in normale omstandigheden zowel door een priester als door een diaken mag worden bediend. Het huwelijk wordt door bruid en bruidegom aan elkaar toegediend. Ze geven elkaar, ten overstaan van de gemeenschap en van een diaken of priester als getuige, het ja-woord. De toediening van het vormsel en de ambtswijding zijn voorbehouden aan een priester met een hogere wijding, de bisschop. Wel is het zo dat een bisschop de toediening van het vormsel aan een priester kan delegeren.

Copyright © 2013. All Rights Reserved.